poekelverhalen

Voor Wim, de kleine prins.

De Poekels
geschreven en bedacht door vlasje

Er bestaat een hele grote familie van katten en poezen; ze heten De Poekels. Het zijn allemaal zusjes, broertjes, neefjes en nichtjes. Er zijn grote, oude Poekels en jonge, kleine Poekels. Sommige hebben rode haartjes, anderen grijs, zwart of wit, lang haar, kort haar. Ze zijn heel verschillend, maar ze houden allemaal van aaien en kopjes geven en lekker eten en spelen. Ook houden ze van slapen, maar vooral van avontuur.
Er zijn veel spannende verhalen over deze Poekels .











Pollie met de laarsjes


Pollie Poekel heeft witte en zwarte haartjes en woont gezellig met twee andere Poekels in een huis met een leuke bazin. Ze krijgt lekkere brokjes en geregeld een aai. Het leven is leuk! Pollie houdt van wandelen. Elke dag loopt ze over schuttingen, over dakjes en in de tuinen in de buurt. Soms komt ze een vreemde Poekel tegen en dan moet je natuurlijk hard grommen en blazen en schreeuwen, want wie weet of die vreemde Poekel een vriend of een vijand is. Een enkele keer geven ze elkaar een flinke tik en dan komt Pollie thuis met een beetje bloed aan haar oor of op haar neus. Maar dat is niet erg. Regen of sneeuw het geeft niets, Pollie is niet bang voor nattigheid. Alleen op het grote dak trekt ze altijd haar laarsjes aan, dan glijdt je niet zo snel weg en kun je lekker stampen op het dak. Op een dag is ze helemaal naar het hoogste plekje van het dak geklommen en daar ziet ze dat er ook nog een andere kant van het dak is. Dat is leuk, dan kan ik naar beneden en daar is een dakgoot, waar je ook kan lopen. Ze glijdt zo op haar billetjes naar beneden en landt in de dakgoot. Ze kijkt over de rand, poeh dat is hoog!
Ze loopt een beetje heen en weer, maar vanuit de goot kan ze niet meer omhoogklimmen, het is te hoog en te steil. Naar beneden springen kan niet want de straat beneden is heel ver weg. Naar het dak van de buren is ook te ver weg, dus nu wordt Pollie een beetje bang. Hoe komt ze weer thuis?
Ze vindt het avontuur niet leuk meer en begint heel hard te roepen. Mieieieieieieieieauw! Miemiemiemieaaauw! Na een poosje komt opeens het hoofd van de vrouw tevoorschijn uit een raam een stuk boven de dakgoot. Pollie vindt het eng. De vrouw probeert haar te pakken, maar ze kruipt weg in het hoekje , te ver van de handen van de vrouw.
Die loopt weg en komt na een tijdje met een plank in haar handen bij het raam. Ze legt de plank zo neer dat die een soort brug vormt tussen de dakgoot en de vensterbank. Opeens snapt Pollie het en klimt op de plank en kan zo de slaapkamer inlopen. De vrouw pakt haar op en geeft haar heel veel kusjes en Pollie is zo blij, dat ze kwijlt van vreugde en duizend likjes aan de vrouw geeft. Zo is het avontuur toch goed afgelopen! Ga maar lekker eten en dan slapen Pollie!


















Pieppie loopt over water

Pieppie Poekel is hartstikke rood met goudgele ogen.
Het is een leuke kat, want miauwt niet, hij piept.Pieeeeeeeeuw! Daarom heet hij ook Pieppie. Dat komt omdat ie als baby-poekel zo verkouden is geweest, dat hij geen gewone stem meer heeft. Maar dat geeft niets, want hij kan het wel heel hard. PIIIIIIIIIIIEEEUW!
Pieppie is een kat die dol is op avontuur. Hij gaat altijd de omgeving bekijken of er iets leuks te beleven valt en vaak is dat zo. Vandaag gaat hij voor het huis bij het gras kijken of er iets spannends te zien valt. En ja hoor, hij ziet een meerkoet op een nest zitten. Nou vangen katten graag vogels. Zielig voor de vogels, maar een lekker hapje voor de kat. Pieppie ging ook graag vogeltjes vangen. Het lukte niet zo vaak, want als Pieppie zachtjes aan kwam sluipen raakte hij zo opgewonden dat ie een soort snurkgeluidjes ging maken en dan wisten de vogeltjes dat hij eraan kwam en vlogen weg. Nu gaat hij heel zachtjes doen. Er ligt een lekker groen zacht tapijtje tot aan het nest, dus hij kan heel zachtjes dichtbij komen en dan springen. Hij zet voorzichtig pootje voor pootje en dichtbij de vogel neemt hij een sprong............. Plons!!!!!!
Hij gaat kopje-onder, helemaal. Gelukkig kunnen katten best goed zwemmen dus al snel staat hij weer aan de kant . Hij druipt van het water en overal zitten kleine groene dingetjes in zijn vacht. En de vogel zit op een afstandje en lacht hem uit.
Hij gaat teleurgesteld naar huis en als hij binnenloopt, zegt zijn vrouw; “Hé, viezerik, je bent helemaal nat! Hoe kan dat, want het regent al weken niet meer. Kom hier dan pak ik een handdoek en droog je af.” Dat wil Pieppie wel, want het water was wel erg koud. Als zijn vrouw hem lekker droog en warm wrijft, begint ze te lachen. “Domoor, dacht jij dat je op kroos kon lopen? Je zit helemaal onder!”. Maar ze is niet boos op hem, nee ze geeft hem een bakje lekker voer en zet zijn mandje dicht bij de kachel, zodat hij lekker warm kan worden. Geen vogel, maar wel een goed eind!

Koekie vindt een thuis en een naam

Vroeger heette Koekie niet zo. Hij is vergeten hoe hij toen genoemd werd, maar hij is ook vergeten hoe het kwam dat hij geen huis meer had. Hij weet nog wel dat ie honger had en bang was. Bang voor honden en auto's en onaardige mensen, die hem wegjaagden. Hij had het koud ook, want geen eigen mandje hebben in de winter is niet leuk. Op een dag toen hij weer koud en hongerig rondliep, ontdekte hij een tuin waar je lekker beschut onder een afdak kon liggen. Er stonden zelfs stoelen met kussentjes en in de achterdeur zat een deurtje waarachter lekker eten en drinken stond. Binnen woonden een vrouw en drie andere Poekels. Hier werd hij niet weggejaagd al was ie wel bang dat de vrouw hem ook niet aardig zou vinden en boos zou worden omdat hij stiekem mee-at. Vreemd genoeg gebeurde dat niet, en ook de Poekels die er woonden waren aardig tegen hem. Hij sliep al snel altijd in de stoel buiten en ging vlug weg als de vrouw naar buiten kwam. Hij was verbaasd dat zij hem lief toesprak en af en toe zelfs buiten iets lekkers voor hem neerlegde. Ze noemde hem Koekat en dat had misschien te maken met de grote zwarte vlekken die hij op zijn witte velletje had en omdat hij zo groot was. Hij durfde te blijven zitten als de vrouw buiten was en zelfs toen ze voorzichtig haar hand naar hem uitstak, bleef hij zitten en aaide ze hem voorzichtig. Als het heel koud werd durfde hij zelfs naar binnen en sliep stiekem onder de grote tafel.
Op een dag was het heel naar buiten. Er waren steeds knallen en lichtflitsen. Daar werd hij erg bang van. Hij wist niet dat mensen dat voor de lol doen als het Oud Jaar is, hij was alleen maar doodsbang. Hij ging al snel naar binnen maar ook daar was het te horen en te zien. Toen kroop hij in de kast onder de trap, waar de andere drie Poekels er ook bij kwamen zitten, want die vonden er ook niks aan, die herrie. Zo in het donker, dicht bij elkaar, leek het een beetje veiliger. Opeens kwam de vrouw de kast in en zag hem zitten. Hij wist niet goed wat hij moest doen, dit mocht vast niet en dan stuurde de vrouw hem weg naar buiten, waar het nog veel angstiger was. Wat nu???
Opeens stak de vrouw haar handen naar hem uit en zei: “Ach Koekie, ben je zo bang? Kom maar bij me!”En hij wist niets beters te doen dan een koppie te geven, terwijl hij verschrikt, met grote ogen naar haar keek. En in plaats van boos te worden, gaf ze hem een aai en meteen was zijn angst weg. Hij was weer veilig. Ze pakte hem op en hij gaf haar een grote lik. Ze ging op de bank zitten en hij kroop meteen op schoot en begon te spinnen. Dat er buiten nog steeds veel lawaai en licht was, merkte hij niet. Hij was alleen maar blij en voelde zich voor altijd veilig. Toen heette hij dus Koekie en had weer een fijn huis. Hij was blij en gelukkig.










Bollewops gaat met pensioen.

Als er ooit een grote Poekel heeft rondgelopen, dan was het Bollewops wel. Hij was zwart en bijna zo groot als een kleine hond. Hij had geen huis, maar kende alle mensen uit de hele buurt. Hij liep elke dag een rondje langs de straten, grachten en pleinen en daar kreeg hij een schoteltje melk van een oude mevrouw en een paar huizen verder waar een man woonde die graag uit vissen ging. was er vaak een vissekop in de tuin te vinden. Bij de slager kreeg hij een plakje worst en bovendien wist hij waar alle muizen woonden en waar de vogeltjes hun nest hadden. Alle Poekels hadden groot respect voor hem, hij was de Koning van de buurt. Zelfs de honden durfden hem niets te doen of hem achterna te zitten. Bollewops had nooit honger. Bollewops verveelde zich ook nooit. Overdag liep hij zijn vaste adressen af waar hij lekkers kreeg en als het zonnig was, ging hij heerlijk op een dakje liggen slapen. Regende het, dan sliep hij onder afdakjes en andere droge plekken en rustte uit voor deavond en da nacht. Dan werd het pas echt leuk! Dan ging hij lekker een rondje stoeien met de katers en achter de mooie meisjes aan. Af en toe zong hij voor de meiden, maar de mensen vonden dat niet mooi, want hij kreeg schoenen en wekkers naar zijn kop gegooid. Ach, ook niet erg en hij bukte gewoon en dan moest hij erg lachen. Hij had het mooiste leven van de wereld. Altijd anders en spannend en hij kreeg meer dan genoeg te eten om lekker mooi groot te blijven. Maar langzamerhand werd hij oud. Hij kon iets minder hard rennen, hij ving minder vogeltjes en muizen en hij sliep steeds langer. Ook had hij opeens meer last van de kou 's winters. Maar hij had de oplossing al gevonden. Er was een huis, waar hij altijd kwam eten en waar hij zonder problemen door een luikje in de deur naar binnen ging, zodat hij dag en nacht een plek had om te schuilen. De vrouw en de Poekels die er woonden, vonden het helemaal niet erg dat hij daar af en toe een nachtje kwam slapen. Ze waren allemaal lief tegen hem en de vrouw aaide hem en gaf hem wat extra lekkers. Toen hij nog ouder werd en zelfs grijze haren kreeg, vond hij het lopen door de hele buurt veel te vermoeiend, hij ging steeds vaker in het huis met het luikje slapen en bleef ook overdag vaak binnen en sliep dan in een van de mandjes bij de kachel. Op het laatst ging hij alleen nog maar 's morgens een klein blokje om lopen en eigenlijk woonde hij nu gewoon bij de vrouw die zo aardig tegen hem was. Hij hoefde niet meer te zwerven, hij had een eigen plek en mocht daar blijven tot het einde van zijn leven. Bollewops was oud en heel tevreden nu, hij had het nooit meer koud, hoefde niet meer ver te lopen en had altijd zijn buikje vol en kreeg veel aaien. Wat een mooi leven!












Truitje heeft een geheim wapen

Het is een hele mooie Poekel, die Truitje. Ze is genoemd naar haar mooie velletje in drie kleuren, alsof het gebreid is. Ze is heel trots en ook wel een beetje eigenwijs. Ze houdt ervan om op schuttingen te lopen en kan dat ook heel goed en snel. Roetsj, daar komt Truitje aan! Maar ze is wel een echt meidje, als ze bang is gaat ze hard gillen. En ze houdt niet van grote vreemde Poekels, je weet nooit wat die van plan zijn. Ook houdt ze niet van honden, maar dat is zo bij de meeste Poekels. Honden zijn groot, en hebben grote tanden en een tong die er uithangt en ze hijgen en maken vreselijk veel kabaal. Brrrrrrr.
Truitje heeft gelukkig niet vaak met honden te maken, maar wel met een grote nare buurkater die Boris heet. Een grote grijs-witte met lange haren en een gemene kop. Die vindt ze eng. Als ze op de schutting springt, is het eerste wat ze doet, kijken of Boris in de tuin ernaast zit. Als dat zo is, gaat ze vlug terug naar haar eigen tuin .
Maar ook een kat kan zich vergissen.
Op een dag liep Truitje over de schutting en er was geen Boris te zien, dacht ze.....
Hij was namelijk op het garagedak aan de andere kant van de schutting , en dus stond ze met haar staart naar hem toe en zag hem niet. Boris dacht; Ha, schreeuwlelijk, nu zal ik je eens pakken! En liep zachtjes maar heel vlug naar haar toe. Op dat moment was er ook een van haar zusjes in de buurt en die gaf een flinke krijs toen ze zag dat Boris vlak bij Truitje stond. Trui keek om en schrok heel erg. Van schrik liet ze een nat scheetje en die vieze spetters kwamen zo op de kop van die akelige Boris terecht, die ook schrok en gauw stinkend en wel wegvluchtte. Truitje was verbaasd. Dat was per ongeluk, maar wel een goede Borisverjager! Dat zou ze onthouden voor volgende enge ontmoetingen. En Boris? Hij heeft zich uren moeten wassen om die geur kwijt te raken en liep voortaan met een boog om Truitje heen. Truitje die nu regelmatig haar staart optilde om een indringer te verjagen. Ze was een goede kattenschrik.



Bim en de wesp

Bim is een beetje domme, rode kat. Hij heeft altijd stomme ongelukjes, omdat hij niet zo goed nadenkt.
Verder is hij heel lief en kan ontzettend goed kopjes geven en heel hard spinnen als hij het naar zijn zin heeft. Hij is ook dol op spelletjes. Achter een balletje aanrennen en met een touwtje spelen kan hij heel lang volhouden.
Hij is ook dol op zon en ligt daarom vaak in de tuin op een zonnig plekje. Dan is het leuk als er vliegen komen, dan kan hij proberen ze te vangen. Vandaag zit hij in de zon en verveelt zich een beetje tot hij opeens een hele grappige vlieg ziet ; eentje met een zwart-gele pijama aan. Meteen rent hij er achter aan en probeert hem te vangen. De gestreepte vlieg zoemt heel hard van kwaadheid, want die heeft geen zin om gevangen te worden. Pats doet het pootje van Bim en MAUAUAUAUAUAU roept Bim. Zijn pootje steekt en doet pijn. Hij loopt terwijl hij jammert, snel naar binnen naar zijn vrouw toe. Die schrikt als ze ziet dat Bim heel raar loopt en dat zijn pootje heel dik is geworden, een kat met drie gewone kattenpoten en een poot zo dik als die van een hond, dat klopt niet. Voordat Bim weet wat er gebeurt zit hij in een mandje en wordt hij meegenomen naar de dierendokter.
Die kijkt goed naar zijn dikke poot en zegt; Aha, een wespensteek en deze kat kan daar niet goed tegen, die wordt er ziek van. Dat gaan we snel oplossen. En …..Spriets, een gemene prik voelt hij in zijn nek, verdorie is die dokter net zo gemeen als die gekke vlieg? Nee hoor, de dokter geeft hem een injektie en daardoor doet zijn poot al snel niet meer zeer en is ook niet meer zo dik.
Hij gaat weer naar huis en voelt vrijwel niks meer aan zijn poot. Puh, voortaan kijkt hij wel uit, voor rare geel-zwarte vliegen. Maar hij weet niet dat er ook vliegen zijn met gestreeptje donzige jasjes aan, die ook heel gemeen kunnen prikken, hommels heten die beesten. Die zomer zit hij nog een keer bij de dierendokter. Nu jaagt Bim nooit meer op welke vlieg dan ook, je weet maar nooit......


Knappe kop Slowie

Slowie is een heel lief klein poesje om te zien, met vele kleurtjes , al is ze al lang een volwassen katje. Haar wieg stond ver weg, in een land dat Denemarken heet. Ze was al heel jong door haar moeder in de steek gelaten en pas toen ze bij haar huidige vrouw kwam wonen kreeg ze voldoende liefde en aandacht. Ze is zo blij met haar vrouw dat ze eigenlijk het liefst de hele dag op schoot zou liggen of in haar nek. Ze wil in elk geval veel aandacht en knuffeltjes. Dat haar vrouw daar niet de hele dag tijd voor heeft, begrijpt ze niet. Er is toch niks fijners in het leven?
Maar vooral 's morgens als haar vrouw uit bed komt, is er geen tijd voor vrijen met Slowie. Dan moet er naar de wc gegaan worden, tanden gepoetst, thee gezet en gedronken en vooral achter dat ding gezeten worden. Dat ding is de computer, maar dat weet Slowie niet. Ze denkt dat het een soort tv is en dan met een raar ding met toetsen ervoor. Soms zit haar vrouw er ook overdag lang achter en maar met haar handen boven die knopjes in plaats van Slowie lekker in haar vacht te kriebelen. Soms duurt het Slowie te lang, dan springt ze op die tafel en probeert in de nek van de vrouw te klimmen en kopjes te geven, maar de vrouw vindt dat niet altijd leuk. Dan wordt ze weggeduwd en op de grond gezet. Dan wordt Slowie een beetje boos en gaat hard mauwen om aandacht te trekken. Ook dat helpt soms niet eens. Nu heeft Slowie per ongeluk uitgevonden wat wel werkt. Ze springt op de tafel en gaat met haar voetjes over die toetsen lopen. Als ze geluk heeft gaat het scherm op zwart en moppert de vrouw een beetje maar dan lacht ze en zegt; “Heb jij computerles genomen Slowie?”.
En dan krijgt ze toch lekker haar knuffeltjes en aaien. Dat is toch hartstikke slim? 

Sopie uit de kolenkist

Sopie is geboren in een kolenkist op een plat dak. Er woont een zieke oude mevrouw, die nooit meer buiten komt. Ze hoort een raar gepiep buiten en er iemand op visite komt, vraagt ze die om te kijken waar dat geluid vandaan komt. Uit de kolenkist dus, waar een Poekelbabie ligt, die hard piept van kou en honger. En geen moeder te zien. De visitevrouw neemt het kleine katje mee en wat moet ze dan doen? Ze neemt van haar dochters pop het kleine zuigflesje en maakt warme melk . Het kleine grijs-witte katje slobbert het snel naar binnen en heeft nog meer honger. Pas nadat het zuigflesje heel vaak opnieuw gevuld en leeggedronken is, wordt het kleine katje rustig. Een kleine flesje wordt met warm water gevuld en dichtgedaan en dan in een kleine sok gestopt, dat is een kruikje. Het kleine katje gaat er met haar volle buikje lekker tegenaan ligggen en valt in slaap. Als de man van de visitevrouw thuiskomt is hij heel verbaasd. Ze hadden nooit afgesproken een poes te nemen, maar ja, zo'n babietje kun je niet zomaar in de steek laten, dus dat mag blijven. Ook het dochtertje van de visitevrouw is erg blij, want ze wilde altijd al graag een poes om mee te spelen. En nu moest de babiepoes nog een naam hebben. Ze blijkt dol op warme melk en ook op koekjes. Als het 's winters vriest en er is ijs, staat er wel eens een kraampje op het ijs, waar je warme chocolademelk en erwtensoep en koek kan kopen om je buik weer warm te krijgen. Zo'n winkeltje op het ijs noemen ze een Koek en Zopie-tent. Dus de naam wordt Zopie, maar dan met een S omdat het kleine meisje de Z nog niet goed kan zeggen. Sopie is een grote poekel geworden en het kleine meisje heeft veel met haar gespeeld. Ze kreeg kleertjes aan, die Sopie, en werd dan in een poppenwagentje rondgereden en ze speelden samen met balletjes en bolletjes wol en lege garenklosjes. Zo kwam alles helemaal goed.