vrijdag 2 november 2012

Tantes

Mijn oma had alleen maar broers, maar mijn opa meerdere zussen. Ik heb ze allemaal gekend. Met enige weemoed denk ik aan tante Anna en Tante Lien (en haar man oom Leentje) terug.
Tante Anna was de oudste zus van mijn opa, en tante Lien de een na oudste. Geboren kort voor de vorige eeuwwisseling. Tante Anna was altijd thuis blijven wonen, want in een groot gezin (een stuk of 10 kinders) was een extra hand wel nodig. Toen ook de kleinsten de deur uit waren, zorgde zij voor haar ouders, die na een hard leven en weinig geld, nu hulpbehoevend werd. Toen beiden overleden waren, mocht zij in het oude huisje blijven wonen., Het was een kleine arbeiderswoning, met bedsteden en boven alleen een zolder, waar met schotten slaapkamers voor de jongens en de meisjes van waren gemaakt.  Er was geen wc, maar een plee, buiten. De keuken had een simpel aanrechtje en alleen koud water, geen douche en er stond  een eenvoudige kolenkachel in de kleine woonkamer. Er was nog een voorkamer, voor net, die weinig gebruikt werd, alleen bij grote festiviteiten.  Er was ook een klein tuintje en een boetje, zoals een schuurtje werd genoemd hier.
Tante Anna leefde dus van de bedeling en had het reuze arm. Nooit heb ik haar horen klagen. Wel zag ze kans om altijd het favoriete snoep of de koekjes die die de familie lekker vond in huis te hebben. Dat moet veel zuinigheid en moeite gekost hebben.
van het www
Het was een wijze vrouw en geliefd in de hele familie, Ze onthield alle bijzonderheden van de familie en de talloze neven en nichtjes en was altijd geïnteresseerd in je maar vermeed heel handig roddelen of door vertellen.  Toen ze heel oud werd, sloeg dementie toe en werd ze liefdevol in het gezin van haar jongste broer opgenomen.  Wat een schatje was dat!
Haar zus, Tante Lien, woonde in het huis ernaast. Ze had nooit kinderen gekregen en haar man, Ome Leentje, was al jong afgekeurd bij de Rijkswerf waar hij werkzaam was als werkman, zodat ze van een heel klein inkomen leefden. Oom  Leentje was een lieverd, een geduldige kleine schriele man, met humor. Tante Lien was fors gebouwd en niet bepaald mager, ze was een snoepster, waar ze ondanks de later ontwikkelde diabets, lekker mee door ging. Zij was minder een levenskunstenares als haar zus, ze kon behoorlijk klagen en vooral haar niet zo geweldige gezondheid kwam vaak ter sprake. Oom Leentje hield hun tuintje en dat van Tante Anna ernaast bij op een liefdevolle consumindermanier. Kweekte zijn eigen tuinplanten en stekte veel. Beretrots was hij hierop. Wat kon die man genieten van een sigaartje of een borreltje dat hem gegeven werd. Beiden gingen op hun oude dag naar het Oudemensenhuis, waar ze een klein kamertje bewoonden. Toen oom Leentje stierf en tante Lien mee mocht verhuizen naar een , voor die tijd, grote luxe kamer in nieuwbouw, had ze geen geld en meubelen om dat in te richten. De andere broers en zussen hebben hiervoor gezorgd. Ondanks haar diabetes werd ze mopperend heel oud.  Ze was wel lief voor de neefjes en nichtjes en had altijd wel wat te snoepen of te spelen in huis, al denk ik dat Oom Leentje daar meesttijds voor zorgde. Toch kwam ik er best graag, wel iets minder gretig dan naar Tante Anna, maar omdat ze naast elkaar woonden, was je eigenlijk wel verplicht ook hun stulpje aan te doen. Maar wat een verschil die twee zussen.
Na 1980 waren er  niet veel van de ooms en tantes over.
Toch zijn ze voor mij belangrijk geweest.


2 opmerkingen:

  1. Wat een levenskunstenaar was je tante Anna.Zitten die genen in de familie? Groeten Izerina

    BeantwoordenVerwijderen
  2. Wat een heerlijke herinneringen, met name aan zo'n sterke vrouw.

    BeantwoordenVerwijderen