vrijdag 7 september 2012

Fritzi of Mevrouw Oofi

Annejet van der Zijl die mijn hart al stal met prachtige biografieën van Annie M.G. Schmidt en Prins Bernhard en het mooie Sonny-Boy, schreef nog een geweldig boek nl. Jagtlust. Het is het verhaal van de roemruchte jaren van een Goois buiten dat werd gekraakt door Fritzi ten Harmsen van der  Beek en van 1954 tot 1971 een decor werd voor de artistieke avantgarde van die jaren, Gerard Reve, Remco Campert en vele anderen hebben daar gevreeën gedronken, gerookt gefeest en gelachen. Voor keurige burgers een decadente bende, voor geldschieters een bodemloos gat, voor gasten, genodigden en meelopers een wereld vol onbegrensde mogelijkheden al lang voordat de roemruchte jaren zestig aanbraken.
Fritzi, dochter van de Flipje van Tiel bedenker en zelf niet echt opgevoed, was een begenadigd woordkunstenares, dichteres, en creatief wonder, alleen volkomen ongedisciplineerd, allergisch voor moeten en verwachtingen. Een vrije geest, die wel altijd op het randje balanceerde, maar zoveel bewonderaars en vrienden had dat ze altijd net op tijd werd opgevangen. Ik heb me erg vermaakt.
Fritzi ook wel bekend als Mevrouw Oofi had een leuk werkende geest zoals dit gedicht  goed illustreert
Geachte Muizenpoot,

Hoe gaat het met U, met mij goed. Wel is alles heel
vervelend, als ik voorover lig gebed in mijn gedachten

aan U en ben ik ook heel eenzaam. En onderga de lente
als een flauwte. Dit is mij nu zo vaak al overkomen dat

ik er de klad van in mijn wezen heb en dat tussen het
afgerukte vlees der hyacinten de verplegers van die

bloemen knielen voor vreemdelingen. (Dit heb ik zelf gezien
vanuit de trein naar Haarlem.) Zoiets zondigs en krank-

zinnigs U te schrijven, maar omdat lente van liefde een
aberratie is - en niet omgekeerd - opdat U daar niet in

zal trappen, in een vreemd land en zo eenzaam te dwalen.
(Bepalend voor het lot van zwervelingen enkel herkomst.)

Nu, met mijn hart gaat het wel beter, maar de tuin is
verwoest mijn lam, verwoest. En sta ik radeloos onder

onzuiver groen in dit en komende seizoenen: mijn hoofd
tot hatens toe, mijn hout tot bladeren bedorven en

schrijven wij pas mei. Dat hebt U er nu van, mij
's winters te beminnen en 's zomers te dwingen onder

raar lover humorloos en onchinees te wezen, mij, lief
hebbend evenwichtig als een oude man, genegenheid bed-

weterig doen zien ontaarden in het teer, vraatzuchtig
zeuren der libelle-achtige dames, want ik weet mijn plek.

Een teer punt. Een voordeel zo te zien, maar wezenlijker
reden om over in te zitten dan de onbenulligheden die

van onderhonden het gedachtenleven leiden tot in priëlen
van zelfbeklag: zulk lijden slecht gemotiveerd maar zinvol,

want wie, wie vreet mijn spijt? Neem dan de bomen maar, die
bloeiend blind tot vaderloos afvallige vruchten, bederf en

winterkou: en nooit een klacht! Want tot verstommens toe is
liefde hun te moede. Te moede is. Liefde mij te moede, is

liefde mij... etc. (handtekening onleesbaar)

Fritzi ten Harmsen van der Beek (F. Harmsen van Beek) (1927)

3 opmerkingen:

  1. Behalve de biografie over Bernard, heb ik alle boeken van Annejet gelezen en er net zo van genoten als jij. Wat leuk dat je het gedicht van Fritzi heb geplaatst met links. Ik geloof dat ik Jagtlust maar eens ga herlezen de komende winter. Het boek over Bernard heb ik bewust niet gelezen omdat ik de man zo enorm onsympathiek ben gaan vinden. Een rare reden eigenlijk, het is vast boeiend geschreven. En na jouw blogje word ik ineens nieuwsgierig.

    BeantwoordenVerwijderen
  2. Verkeerd gespeld ook nog! Bernhard natuurlijk.

    BeantwoordenVerwijderen
  3. Als bewonderaars en liefhebbers van Fritzi hebben wij onze nieuwe Hollandse Smoushond de prachtige naam Oofi gegeven. Wij vertrouwen erop dat ze dat leuk zou hebben gevonden.

    BeantwoordenVerwijderen